De kracht van onmacht

Waarom je soms meer mogelijkheden hebt dan je denkt
“Ik kan eigenlijk geen kant meer op.”
Het is een zin die we regelmatig horen.
Van leidinggevenden.
Van ondernemers.
Van professionals.
En meestal klopt hij ook.
Tenminste…
binnen de werkelijkheid die iemand op dat moment voor zichzelf heeft gebouwd.
Dat maakt het gevoel van onmacht interessant.
Want stel dat onmacht niet alleen iets is waar je vanaf moet.
Maar ook een signaal.
Een soort dashboardlampje dat zegt:
Hé… de manier waarop jij hier nu naar kijkt, levert blijkbaar niet voldoende mogelijkheden meer op.
Dan kun je harder gaan werken. Meer overtuigen. Nog beter je best doen.
Of je kunt iets anders doen.
Terug naar de tekentafel.
Dat is een belangrijk onderdeel van wat we tijdens NLP in Bedrijf – Practitioner trainen.
Niet het aanleren van een paar handige gesprekstrucjes.
Wel leren herkennen welke puzzel er op dat moment voor je ligt.
En vooral: welke stukjes jij zelf misschien steeds op dezelfde plek legt.
Het probleem is niet altijd het probleem
Neem een bestuurder die ervan overtuigd is dat hij moet kiezen.
Hij kan óf volledig eerlijk zijn over de risico’s en daarmee onrust veroorzaken…
óf vertrouwen uitstralen en een deel van zijn zorgen voor zichzelf houden.
Twee mogelijkheden. Allebei onaantrekkelijk.
Dus ontstaat onmacht.
Totdat er een andere vraag komt:
Wie zegt eigenlijk dat je moet kiezen?
Misschien kan hij eerlijk zijn over de risico’s én vertrouwen uitspreken in de mogelijkheden.
De werkelijkheid is niet veranderd.
De keuzemogelijkheden wel.
Wanneer een overtuiging een harnas wordt
Neem iemand die jarenlang heeft geleerd:
Ik red mezelf wel.
Een prachtige overtuiging.
Hij heeft er waarschijnlijk veel aan gehad.
Zelfstandigheid. Doorzettingsvermogen. Verantwoordelijkheid.
Totdat…
Ik red mezelf wel
langzaam verandert in:
Ik moet mezelf redden.
En uiteindelijk misschien zelfs:
Ik mag niemand nodig hebben.
Dan is een overtuiging die ooit hielp misschien een beetje een harnas geworden.
We reageren niet alleen op wat er gebeurt
Een belangrijk uitgangspunt binnen NLP is dat we niet rechtstreeks reageren op “de werkelijkheid”.
We reageren op de betekenis die we eraan geven.
Gebeurtenis → gedachte/betekenis → gevoel → gedrag → gevolg
En vervolgens gebeurt er iets interessants.
Dat gevolg gebruiken we vaak als bewijs dat onze oorspronkelijke gedachte klopte.
Neem een leidinggevende die denkt:
“Als ik het niet doe, gebeurt het niet.”
Wat gaat iemand met zo’n gedachte waarschijnlijk doen?
Helpen. Overnemen. Oplossen. Controleren.
En wat leert het team?
Dat de leidinggevende het uiteindelijk toch wel oppakt.
Dus nemen medewerkers iets minder initiatief.
Waarop de leidinggevende constateert:
“Zie je wel. Als ik het niet doe, gebeurt het niet.”
Gefeliciteerd.
Je bent weer bij dezelfde afslag.
Welkom op de rotonde. 😉
De rotonde leren herkennen
Tijdens NLP in Bedrijf leren deelnemers daarom niet alleen kijken naar het gedrag van de ander.
We kijken juist naar de interactie.
Wat doe jij waardoor de ander doet wat hij doet?
En wat doet de ander vervolgens waardoor jij nóg meer gaat doen wat je al deed?
Daarbij combineren we verschillende modellen.
Niet omdat één model de waarheid is.
Maar omdat ieder model een ander stukje van de puzzel zichtbaar maakt.
Transactionele Analyse: welke positie neem je in?
Transactionele Analyse helpt bijvoorbeeld herkennen vanuit welke positie je communiceert.
Soms schieten we in een Verzorgende Ouder:
“Laat mij het maar even oplossen.”
De ander kan daardoor gemakkelijker in een Aangepast Kind terechtkomen:
“Prima, zeg jij maar wat ik moet doen.”
Of iemand gaat juist in een meer Regelgevende/Kritische Ouderpositie zitten:
“Dit moet nu gewoon gebeuren.”
Waarop de ander zich aanpast…
of juist rebels wordt.
En voordat je het weet ben je samen een prachtig toneelstuk aan het opvoeren waar niemand bewust auditie voor heeft gedaan.
De interessante vraag wordt dan:
Welke positie neem ik in en welke positie nodig ik daarmee bij de ander uit?
En vervolgens:
Hoe kom ik terug naar Volwassene – Volwassene?
Thomas-Kilmann: welk spel speel je wanneer belangen botsen?
Ook het Thomas-Kilmann-model helpt om de puzzel te leggen.
Wanneer belangen botsen, kunnen we bijvoorbeeld:
- doordrukken;
- vermijden;
- aanpassen;
- een compromis zoeken;
- samenwerken.
Geen van deze stijlen is per definitie goed of fout.
Interessanter is de automatische voorkeur.
Als ik mezelf vertel:
“Ik moet nu laten zien dat ik sterk ben”
zal mijn gedrag waarschijnlijk een bepaalde kant op gaan.
Als ik denk:
“Als ik dit bespreek, ontstaat er gedoe”
kan vermijden ineens heel aantrekkelijk worden.
En wanneer ik denk:
“De relatie moet goed blijven”
kan aanpassen logisch voelen.
Het gedrag is dan niet het beginpunt.
De gedachte ervoor is minstens zo interessant.
Overtuigingen: wanneer wordt een hulpmiddel een beperking?
Daarom besteden we binnen NLP veel aandacht aan overtuigingen.
Niet met het idee dat iedere lastige gedachte onmiddellijk moet worden vervangen door iets positiefs.
Dat wordt al snel:
“Iedere dag is een feestje, je moet alleen zelf de slingers ophangen.”
Daar heb je op een ingewikkelde dinsdagmiddag meestal niet zoveel aan. 😉
We onderzoeken liever:
- Wat geloof ik hier eigenlijk?
- Waar helpt deze overtuiging mij bij?
- Waar beperkt hij mij inmiddels?
- Welke andere betekenis zou óók mogelijk kunnen zijn?
Identiteit: “zo ben ik nu eenmaal”
Nog interessanter wordt het wanneer een overtuiging onderdeel wordt van onze identiteit.
Ik ben zelfstandig.
Ik ben degene die voor anderen zorgt.
Ik ben direct.
Ik ben geen netwerker.
Ik ben iemand die altijd doorgaat.
Identiteit geeft houvast.
Maar identiteit kan ook mogelijkheden weghalen.
Want:
“Ik doe dit vaak” laat ruimte.
“Zo bén ik” kan behoorlijk definitief klinken.
Een interessante vraag wordt dan:
Wie zou je in deze situatie óók kunnen zijn?
Rapport: eerst aansluiten voordat je probeert te bewegen
Als wij zien dat iemand op een rotonde rijdt, willen we hem er graag vanaf halen.
“Je moet gewoon…”
Meestal een uitstekende manier om iemand nog een extra rondje te laten rijden. 😉
Daarom trainen we rapport.
Kun je eerst werkelijk aansluiten bij de werkelijkheid van de ander?
Niet doen alsof je het ermee eens bent.
Wel begrijpen waarom zijn gedrag vanuit zijn overtuigingen volkomen logisch is.
Pas wanneer iemand zich gezien en begrepen voelt, ontstaat vaak ruimte voor een andere vraag:
Zou er misschien nog een andere afslag kunnen zijn?
Herkaderen: dezelfde werkelijkheid, meer mogelijkheden
Dat brengt ons bij een belangrijke NLP-techniek: reframing, oftewel herkaderen.
We veranderen niet noodzakelijk wat er gebeurd is.
We onderzoeken of er een andere betekenis of context mogelijk is.
Van:
“Ik mag niemand nodig hebben.”
naar:
“Ik kan veel zelf én iemand toelaten.”
Van:
“Ik moet kiezen tussen eerlijkheid en vertrouwen.”
naar:
“Misschien ontstaat vertrouwen juist doordat ik eerlijk ben over onzekerheid.”
Van:
“Als ik niet help, laat ik mijn medewerker vallen.”
naar:
“Misschien help ik soms juist door iets níét over te nemen.”
Het probleem is niet magisch verdwenen.
Maar er zijn ineens meer mogelijkheden.
Terug naar de tekentafel
Uiteindelijk hoeft dat hele theoretische verhaal natuurlijk niet iedere keer bewust door je hoofd te gaan.
Dat zou behoorlijk vermoeiend worden.
Stel je voor dat je midden in een lastig MT-overleg denkt:
Momentje allemaal, volgens mij zit ik nu vanuit mijn Verzorgende Ouder in een Thomas-Kilmann-aanpassingsstrategie terwijl mijn overtuiging op identiteitsniveau…
Dan is de vergadering waarschijnlijk voorbij voordat jij eruit bent. 😉
Het doel van trainen is juist dat de verschillende modellen uiteindelijk samenkomen in een veel eenvoudiger proces.
Je voelt onmacht.
En ergens verschijnt een klein dashboardlampje:
Hmmm…
Waar zit ik nu eigenlijk in?
Welke gedachte geloof ik op dit moment?
Waarom laat ik me hierdoor gijzelen?
Op welke rotonde zit ik nou weer?
En dan:
Terug naar de tekentafel.
Drie vragen die beweging kunnen creëren
1. Wat heb ik wél?
Welke hulpbronnen zijn er? Welke mensen? Welke kennis? Welke invloed? Wat werkt al?
2. Wat wil ik wél?
Niet alleen: “Ik wil dit gedoe niet meer.”
Maar wat wil je ervoor in de plaats?
Rust? Eigenaarschap? Vertrouwen? Een eerlijk gesprek? Een beslissing? Verbinding?
3. Wat kan ik wél?
Welke drie mogelijkheden heb ik eigenlijk?
Niet meteen de perfecte.
Gewoon drie.
Want alleen al het genereren van alternatieven kan je uit de gedachte halen:
“Ik kan geen kant op.”
Van bewust nadenken naar onbewust kunnen
En daar zit voor ons een belangrijk doel van de NLP in Bedrijf Practitioner.
In het begin ben je bewust aan het oefenen.
Je leert modellen. Je herkent taalpatronen. Je ontdekt overtuigingen. Je oefent rapport. Je leert herkaderen. Je kijkt naar interactiepatronen. Je experimenteert met andere posities.
Soms voelt dat nog een beetje technisch.
Logisch.
Autorijden bestond ooit ook uit:
spiegel – richtingaanwijzer – schouder – koppeling – versnelling – HELP, FIETSER.
Totdat je een halfjaar later gewoon ergens naartoe rijdt.
Zo willen we ook dat deze manier van kijken steeds meer geautomatiseerd beschikbaar komt.
Niet omdat je na de opleiding nooit meer vastloopt.
Dat zou een interessante belofte zijn. 😉
Wel omdat je steeds sneller kunt herkennen:
Wacht even…
Dit gevoel ken ik.
Ik ben mezelf iets aan het vertellen.
Mijn gedrag lokt iets bij de ander uit.
En samen rijden we alweer een tijdje over dezelfde rotonde.
Mooi.
Dan weet je inmiddels ook wat je kunt doen.
Terug naar de tekentafel.
Misschien is dát de kracht van onmacht
Onmacht hoeft niet het eindpunt te zijn.
Het kan het moment zijn waarop je huidige strategie tegen je zegt:
Tot hier bracht ik je prima. Vanaf hier hebben we iets anders nodig.
Dan hoef je jezelf niet te repareren.
Je hoeft ook niet iemand anders te worden.
Misschien hoef je alleen te ontdekken dat je meer mogelijkheden hebt dan degene die je tot nu toe gebruikte.
Dat is een belangrijk deel van wat we met NLP in Bedrijf willen bereiken.
Niet leidinggevenden vertellen wat ze in iedere situatie moeten doen.
Wel trainen om juist wanneer het spannend wordt weer toegang te krijgen tot hun eigen vindingrijkheid.
Zodat ergens boven dat gevoel van:
“Shit… ik zit vast.”
steeds iets sneller iets anders verschijnt:
“Hmmm… interessant.”
Op welke rotonde zit ik nu weer?
Waarom laat ik me hierdoor gijzelen?
Welke drie mogelijkheden heb ik eigenlijk?
Oké. Terug naar de tekentafel.
Misschien begint vindingrijk leiderschap wel precies daar.
En hoe werkt dat bij jou?
Herken je dat je inhoudelijk vaak best weet wat je zou moeten doen, maar dat het gesprek in de praktijk tóch anders loopt?
In NLP in Bedrijf – Practitioner werken we zes maanden met maximaal 8 deelnemers aan precies dit soort patronen.
Niet alleen begrijpen.
Herkennen. Oefenen. Ervaren. En uiteindelijk steeds vanzelfsprekender kunnen inzetten wanneer het ertoe doet.